De biografie van Carlo Gesualdo, Prins van Venosa (1561-1613), is op zijn minst spectaculair te noemen. De moord op zijn vrouw en haar minnaar, zijn obsessie voor muziek en zijn teruggetrokken bestaan vinden een echo in zijn grillige stijl. Zijn madrigaalboeken bulken van chromatiek, dissonantie en expressieve woordschildering. Ze vertegenwoordigen een extravagant eindpunt van een muzikaal tijdperk. Na twee eerdere motetbundels gaf Gesualdo in 1611 de monumentale zesstemmige verzameling ‘Responsoria et alia ad Officium Hebdomadae Sanctae spectantia’ uit, bedoeld voor de Tenebrae of donkere metten van de Goede Week. Passionele muziek, in meer dan één betekenis!