De jonge Arnold Schönberg was rond de vorige eeuwwisseling nog niet bekeerd tot de atonaliteit. Hij was in de ban van Wagner en de overdaad aan chromatische en harmonische wendingen.
In het gezelschap van zijn leraar, later schoonbroer, Alexander von Zemlinsky liet Schönberg zich in de zomer van 1899 inspireren door het gedicht ‘Verklärte Nacht’ van Richard Dehmel. Wat later, in 1902, fluisterde Richard Strauss Schönberg in een werk te componeren naar het beroemde toneelstuk ‘Pelléas et Mélisande’ van Maurice Maeterlinck. Schönberg kwam met een symfonisch gedicht op de proppen dat de uiterste grenzen van het laatromantische idioom opzoekt.
Inleiding met Gerd Albrecht om 19:15