Één van de oudste en puurste genres binnen de Indiase klassieke muziek is de drupad, ook wel omschreven als ‘het onbewogen woord’.
De traditie ontstond uit de recitaties van de Vedische teksten in de hindoetempels, en verspreidde zich later als kunstmuziek naar de vorstelijke hoven. Aan deze hoven konden de zangers zich verder professionaliseren. Bij het begin van de 20ste eeuw was drupad op sterven na dood, maar vooral de Dagarfamilie bleef als een rots in de muzikale branding staan. Ustad Sayeeduddin Dagar en zijn zonen vertegenwoordigen de 19de en 20ste generatie. Zij zetten de zoektocht naar de perfecte toon verder, een meditatie die je doet verdwalen in klankgolven. Het enige wat overblijft is het meeslepende geruis van de ziel.