“De telefoon is vaak niet alleen gevaarlijker dan een revolver, maar zijn kronkelende draad slokt onze krachten op, zonder er iets voor terug te geven.”
In ‘La voix humaine’ (1927) van Jean Cocteau voert een vrouw een hartverscheurend telefoongesprek met de man die haar zopas in de steek heeft gelaten.
Morgen trouwt hij met een andere vrouw. Haar wanhoop wordt op de spits gedreven door de technische storingen en mankementen van de toenmalige telefonie. In 1958 componeerde Francis Poulenc op deze tekst een muzikaal monodrama voor sopraan en orkest (en/of piano) dat treffend vorm geeft aan dit verhaal van obsessieve wanhoop, hulpeloze verwarring… en pijnlijke stiltes.