In de zes strijkkwartetten opus 18 vertrekt Ludwig van Beethoven van de classicistische structuur van het strijkkwartet van Joseph Haydn, maar hij voert een verregaande motieftransformatie door. Beethovens persoonlijkheid komt duidelijk naar boven in het karakter van de thema’s: de onverwachte wendingen, de ongebruikelijke modulaties en vormtechnische subtiliteiten. Bartóks zes strijkkwartetten zijn absolute hoogtepunten binnen het genre. In nr. 3 bereikt hij een perfecte synthese van sterke vormen en exuberante expressiviteit, van weemoed en uitbundigheid. Op 18-jarige leeftijd schreef Mendelssohn zijn eerste en meteen al sublieme strijkkwartet. Een onmiskenbaar muzikaal antwoord op de late strijkkwartetten van Beethoven, meer bepaald op zijn opus 132.