Het eerste strijkkwartet (1824) van de Baskische componist Arriaga (1806-1826) dateert uit zijn studentenperiode aan het Parijse conservatorium. De vorm getuigt van de klassieke invloeden van Beethoven en Haydn, maar de sfeer leunt meer aan bij Schubert. Vanwege zijn vroege dood wordt Arriaga ook wel de Spaanse Mendelssohn genoemd. Mendelssohn schreef het strijkkwartet opus 44 nr. 1 in 1837-1838. Ook hier valt de klassieke indeling op: twee snelle hoekdelen, een menuet (of een scherzo) en een langzaam deel. Het leven van Sjostakovitsj duurde langer, maar was niet rooskleuriger. In het strijkkwartet nr. 7 getuigt de klassieke vormgeving van de ‘vereenvoudigde’ stijl die hij hanteerde na aanvaringen met het Sovjetregime.