Interview met nieuwe algemeen directeur Daan Bauwens
11 februari 2010
Daan Bauwens (55) volgt Yves Rosseel op als algemeen directeur van De Bijloke. De nieuwe algemeen directeur is geen onbekende in het Gentse cultuurleven. De jongste jaren werkte hij met Gerard Mortier aan het Forumproject in Gent, zorgde hij voor de opstart van Operastudio Vlaanderen en was hij algemeen directeur van de Handelsbeurs Concertzaal. Twee weken na zijn aanstelling vuurden we enkele vragen op hem af. Een kennismaking!
Beste Daan, u zal de komende jaren Muziekcentrum De Bijloke Gent leiden. Waarom koos u voor De Bijloke?
Daan Bauwens: “Ik heb in het verleden in diverse culturele instellingen in Gent gewerkt. Eerst in de theater- en danssector, waarna ik geleidelijk aan verhuisd ben naar de muzieksector, ondermeer in Handelsbeurs Concertzaal. Uiteraard kan men dan geen grotere ambitie hebben dan in de eigen stad een groot muziekcentrum te leiden. Toen ik het nieuws hoorde dat Yves zou weggaan – wat voor mij totaal onverwachts kwam – vond ik dat ik deze kans niet kon laten liggen.”
U werkt nu niet alleen in een groot muziekcentrum, je bent er ook algemeen directeur. Wat spreekt u zo aan in het directeurschap van Muziekcentrum De Bijloke Gent?
“Ik ben geen kunstenaar, maar ik heb mijn drive altijd gehaald uit het werken voor kunstenaars. Als algemeen directeur zie ik een grote uitdaging in het aantrekken van nieuw publiek. Het Muziekcentrum is meer dan het boekje waarin de concerten vermeld staan. Het is ook een plek die een warme ontmoetingsplaats moet zijn voor heel veel verschillende mensen. Ik wil het centrum nog meer leven inblazen en bekendmaken. Niet het podium moet verlaagd worden, maar wel de drempel. De manier waarop naar de buitenwereld gecommuniceerd wordt, moet een stevige dosis huiselijkheid inboezemen waardoor de mensen spontaan het centrum komen ontdekken. Het creëren van een open huis is voor mij altijd een prioriteit geweest.”
Communicatie blijkt erg belangrijk te zijn voor u. Vindt u dat bij veel mensen De Bijloke nog onvoldoende bekend is?
“Misschien wel, maar dat ligt allerminst aan De Bijloke zelf. Ieder huis doet er een aantal jaar over om door te breken in bredere kringen. Het Muziekcentrum als muziekcentrum is nog erg jong – voordien was er eigenlijk enkel een concertzaal – en biedt enorm vele mogelijkheden om een nog grotere bekendheid te verwerven. Interne communicatie vind ik heel belangrijk zodat iedereen een gemeenschappelijk doel voor ogen heeft. Als het gaat over externe communicatie, ligt de wereld voor ons open. Het jonge centrum is allicht al heel goed bekend bij de Gentenaars, maar nu wacht ons nog de rest van de wereld! Naast publiekswerving is het onze taak om partnerships met buitenlandse instellingen aan te gaan en om Vlaamse kunstenaars met wie we werken naar het buitenland uit te dragen.”
Er is dus plaats voor het Muziekcentrum buiten de landsgrenzen?
“Absoluut. Het is heel belangrijk om in een netwerk van internationale concerthuizen te werken waarmee we een vertrouwdheid hebben. We moeten daarom contacten leggen met concerthuizen in Europa die een gelijkaardig profiel hebben van het onze. Dit kan zowel onze eigen werking als de uitwisseling van musici alleen maar ten goede komen.”
Waarin moet het Muziekcentrum volgens u uitblinken?
“In eerste instantie uiteraard in de programmering. De huidige kwaliteit moet blijven en misschien nog omhoog gaan. Vanzelfsprekend hangt dit samen met de financiële middelen. De programmering moet bovendien een gezonde voedingsbodem bieden voor omkaderende activiteiten en jeugdprojecten. Er kan heel wat gedaan worden om mensen aan te trekken en de liefde voor de muziek aan te wakkeren, zodat zelfs mensen die eerst misschien helemaal niet geïnteresseerd waren in klassieke muziek, toch zin krijgen om even langs te komen. Hoe we dit in het werk zullen stellen, wil ik de komende maanden met alle medewerkers bespreken.”
Het is vroeg dag, maar misschien toch een eerste indruk?
“Ik sta versteld van het enthousiasme dat aanwezig is in huis. Alle medewerkers werken op een zeer gemoedelijke manier met elkaar samen. Dit is het vertrekpunt van een gezonde werking. Het enthousiasme wordt niet enkel uitgedragen via promotiefolders, maar ook door de medewerkers. Ik begin er dus met heel veel goede moed aan!”
Het wordt dus een geslaagd project?
(lacht) “Ik hoop het!”