° 8 juni 1810 (Zwickau)
† 29 juli 1856 (Endenich)
Robert Schumann was de zoon van een schrijver en boekhandelaar. Naast zijn ambities op muzikaal vlak had hij dan ook een grote interesse in literatuur.
In 1926 pleegt zijn zusje zelfmoord, enkele weken erna sterft vader. Op aandringen van zijn moeder gaat hij rechten studeren, maar zodra hij afgestudeerd is richt hij zich weer op het piano spelen.
Zijn leraar wordt Friedrich Wieck, die de jongeman verzekert dat hij een toekomst heeft als pianist. Schumann zal echter een carrière als pianist moeten opgeven, wanneer hij aan zijn rechterhand een kwetsuur oploopt die niet meer zal herstellen. Het zou kunnen dat hij via een zelfgemaakt apparaat of via een operatie getracht heet het bereik van zijn handen te vergroten.
Omdat hij niet langer kan spelen, zal Schumann zich toeleggen op het componeren en een carrière uitbouwen als muziekcriticus. In 1834 richt hij het ‘Neue Zeitschrift für Müsik’ op. Daarin publiceert hij artikels onder de pseudoniemen Eusebius, Florestan en Meister Raro. Elk van deze figuren zou representatief zijn voor een kant van zijn karakter.
Schumann benadrukte in zijn artikels het belang van kennis van de klassiekers als Bachen Beethoven. Een louter virtuoos spel keurde hij grondig af. Als criticus zou hij later een grote rol spelen in de carrière van Brahms, die hij vol lof voorstelde aan het publiek.
Hij had toen al lang een heimelijke relatie met Clara Wieck, dochter van zijn voormalige pianoleraar. Clara was al van jongs af aan een talentvolle pianiste. Wanneer Schumann haar vader om haar hand vraagt, weigert deze echter resoluut. Zijn dochter zou niet trouwen met een onsuccesvol componist. In 1840 zou onenigheid aanleiding geven tot een rechtszaak. Daarna konden Clara en Robert toch trouwen. 1840 was ook een zeer productief jaar voor Schumann. Hij schreef toen meer dan 120 liederen, voornamelijk over de liefde. Het is dan ook waarschijnlijk dat zijn relatie met Clara en de moeilijkheden die ze ondervonden vaak een inspiratie vormden voor zijn composities.
In 1844 verhuist Schumann met Clara naar Dresden. Drie jaar later wordt hij daar dirigent van het ‘Liedertafel’ koor. Maar het Dresdense publiek heeft een conservatieve smaak en de Schumanns voelen zich er niet goed.
In 1850 neemt Schumann daarom het aanbod van Ferdinand Hiller aan om hem op te volgen als stedelijke muziekdirecteur in Düsseldorf.
Het duurt echter maar 3 jaar vooraleer de mentale toestand van Schumann zo erg achteruit gegaan is dat hij ontslag moet nemen. Hij heeft al lange tijd last van auditieve hallucinaties en depressies. Het zou kunnen dat syfilis de oorzaak was van de hallucinaties, maar bij de autopsie werd ook een tumor gevonden aan de hersenstam.
In 1854, niet lang na zijn ontmoeting met Brahms, tracht Schumann zelfmoord te plegen door in de Rein te springen. Hij wordt echter gered door een voorbijgaande schipper. Hierna laat hij zich opnemen en brengt hij de laatste twee jaar van zijn leven door in afzondering.
Schumann sterft in 1856. Daarna stopt Clara met componeren; ze bewerkt enkel nog het werk van haar man. Ze wordt hierbij geholpen door Brahms. Clara zal zelf nog lange tijd piano spelen en ze zal les geven tot aan haar dood in 1896.
|
ZA | 17.03.12 | 20:00 |
Orchestre National de Lille | Schumann en de cello | |
|
MA | 16.04.12 | 20:15 |
JERUSALEM QUARTET | ||
|
ZA | 12.05.12 | 20:00 |
Symfonieorkest Vlaanderen | Lente in het land |