Home
  • De Bijloke
  • Programma
  • In de kijker
  • De Bijloke Jong
  • Gebouw
  • Business
  • Praktisch
  • De Bijloke Bistro
  • Social stream
«  

mei

  »
M T W T F S S
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31
 
 
 
 
Add to calendar

Johann Sebastian Bach

° 21 maart 1685 (Eisenach)
† 28 juli 1750 (Leipzig)

In een familie als die van Bach kan je moeilijk anders dan muzikant worden. Van jongs af aan werd Bach door zijn vader ondergedomped in de wondere wereld der muziek. Meer speciefiek; in die van de viool.
Het zou echter maar tot zijn negende levensjaar duren vooraleer Bach een andere leermeester kreeg. Zijn oudste broer, Johann Ambrosius, nam de taak van Bachs’ opvoeding en onderricht op zich, wanneer hun ouders gestorven waren.
Bij zijn broer in Ohrdurf leerde Bach orgel en klavecimbel. Hij schreef er ook zijn eerste composities.

Maar in het huis van Johann Christoph werd het stilaan te druk. Bach kreeg een beurs om te studeren in Lüneburg, waar hij kennis maakte met J.B. Held, de orgel renoveerder. Van hem moet Bach zijn kennis van orgelbouw gehaald hebben. Bovendien kon Bach in Lüneburg ook het een en ander leren van Georg Böhm, organist van de Sankt Johanneskirche, die hij sterk bewonderde.

Op zijn 18e vind Bach werk aan het hof in Weimar. Niet veel later, in 1703, treedt hij als hoforganist uit Weimar op in de Neue Kirche in Arnstadt. Waarschijnlijk speelde Bach zijn beroemde Toccata con Fuga in d-moll om het nieuwe orgel van de Neue Kirche in te wijden.
Bach moet indruk gemaakt hebben want een maand later werd hij in Arnstadt benoemd tot organist, hetgeen gepaard ging met een royale vergoeding.

Maar er waren ook nadelen aan het contract met Arnstadt. Het koor en orkest voldeden niet aan Bachs strenge criteria. Hij weigerde dan ook meermaals om met hen te werken. Als hij dan toch toestemde, leidde dit zo mogelijk tot nog grotere conflicten. Eenmaal zou Bach een student zo hard beledigd hebben, dat deze hem een slag in het gezicht had gegeven. Bach zou – trouw aan zijn opvliegende aard – niet getwijfeld hebben om daarop zijn degen te trekken.

Hierna moest Bach er even tussenuit en vroeg hij om 4 weken verlof. Hij trok naar Lübeck, waar hij hoopte het een en ander te leren van de organist van de Sankt Marienkirche, Dietrich Buxtehude. Vier weken bleek evenwel net iets te kort; Bach deed er 4 maand over om terug te keren naar Arnstadt.

In 1707 maakte Bach promotie. Hij werd organist van de Blasiuskirche in de vrije rijksstad Muhlhausen. Op privégebied maakte de jonge componist ook vorderingen; hij ging voor het eerst alleen wonen en trouwde met zijn achternicht, Maria Barbara Bach, in de dorpskerk van Dornheim.
In diezelfde kerk zou Bach in 1708 zijn eerste cantate uitvoeren. ‘Gott ist mein König’ was geschreven voor de jaarlijkse verkiezing van het stadsbestuur van Mühlhausen. Het werk maakte zo’n indruk dat besloten werd om het uit te geven in gedrukte vorm (een hele eer in die tijd).

In juni, datzelfde jaar, vertrok Bach naar Weimar om het orgel van de hofkapel te keuren (de hoforganist van dienst, Johann Effler, was ziek). Hertog Willem Ernst van Saksen-Weimar hoort Bach spelen en biedt hem meteen een positie als hoforganist aan. Tegen een verdubbeling van zijn loon en de mogelijkheid om met professionele muzikanten te werken zei Bach geen neen.

In Weimar bekleedde Bach verschillende functies; hij was hoforganist en kamermusicus, later ook concertmeester en hij stond na verloop van tijd ook in voor de compositie van kerkelijke cantates. Ondertussen werd hij beroemd als klaviervirtuoos. Maar ook zijn talenten als componist bleven niet onopgemerkt.
In Weimar kreeg Bach ook de mogelijkheid om samen te werken met Georg Philipp Telemann, de latere peetoom van zijn tweede zoon, Carl Philipp Emanuel.

Het hof van Weimar kreeg het echter moeilijk. Interne strubbelingen hadden hun effect op het hofleven en Bach ging weer op zoek naar betere oorden.
Wanneer hij echter zijn ontslag aanbood, was hertog Willem-Ernst zo beledigd dat hij Bach een maand lang opsloot vooraleer hij hem liet gaan.

Eens vrijgekomen kon Bach in 1717 aan de slag als kapelmeester in Anhalt-Köthen onder de gelijknamige vorst. En weer werd Bachs loon verdubbeld.
Bach had altijd in de Lutherse traditie gewerkt, maar nu kwam hij terecht in een calvinistische omgeving, hetgeen heel wat veranderingen betekende.
Het accent verschoof naar wereldlijke muziek voor het amusement van de vorst. Voor de uitvoering kraag Bach een klein, maar professioneel ensemble tot zijn beschikking.

In 1720 ontving Bach slecht nieuws, wanneer hij van een dienstreis was teruggekeerd; zijn vrouw was overleden. Hij hertrouwt echter het volgende jaar met zangeres Anna Magdalena Wilcke. Ondanks de 7 kinderen die Bach reeds met Barabara had gehad, verwekt hij bij Anna nog eens 13 nazaten. De helft van Bachs kinderen zal echter al op vroege leeftijd sterven.

Maar ook in Köthen veranderde het een en ander waardoor Bach weer op zoek ging naar een nieuwe betrekking. Om zichzelf te verkopen schreef hij onder ander de Brandenburgse Concerten. Wanneer de positie van Thomascantor in Leipzig vrijkomt voorziet hij enkele werken van een pedagogische inslag en stuurt ze bij wijze van sollicitatie naar Leipzig. Het zijn deze werken, de tweestemmige inventies, de driestemmige sinfonia’s en de beroemde ‘Das Wohltemperierte Klavier’-cyclus die vandaag nog steeds verplichte stof vormen voor iedereen die piano leert spelen.

Bach was niet de eerste keuze van het stadsbestuur van Leipzig, maar uiteindelijk werd hij in 1723 toch Thomascantor. Het contact met het bestuur verliep echter nogal stroef. Men vond Bach tegen die tijd ouderwets. Zijn contrapuntische Barokke stijl raakte uit de mode.
Toch zou Bach tijdens zijn verblijf in Leipzig zijn belangrijkste werken componeren; de cantate ‘Wir danken Dir, Gott, wir danken Dir’, de Mattheus- en de Johannespassie, het Weihnachtsoratorium, de Goldbergvariaties,…

Het einde van Bachs leven was heel wat minder roemrijk dan zijn loopbaan. Vanaf 1747 al sukkelde hij met problemen aan de ogen, als gevolg van diabetes. In 1950 zag ij zo weinig dat hij besloot zich te laten opereren. De operatie mislukte echter en Bach was vanaf dan volledig blind. Enkele maanden later kon Bach plots alles weer zien, maar enkele uren later kreeg hij een beroerte. Hij zou de gevolgen niet overleven en overleed op 28 juli 1750.

Ondanks zijn ziekte zou Bach in de laatste maanden van zijn leven toch verder componeren en de zijn laatste koraalvoorspel aan zijn schoonzoon dicteren.
Een vorstelijke begrafenis zat er niet in; Bach werd anoniem begraven op het kerkhof van de Johanniskerk in Leipzig. In 1894 werd de kerk uitgebreid over een deel van het kerkhof en men moest de vermoedelijke resten van Bach verplaatsen. Na de verwoesting van de Johanniskerk in de Tweede Wereldoorlog werden Bachs resten ondergebracht in de Thomaskerk. Niemand weet echter of het werkelijk om zijn overblijfselen gaat.

VR
| 05.10.12 | 20:00
Redherring "Die Allerbeste Zeit" Actus Tragicus
ZO
| 23.12.12 | 19:00
Collegium Vocale Gent Frohe Weihnachten
DI
| 26.03.13 | 20:00
Koor en orkest Collegium Vocale Gent Mattheuspassie
DO
| 18.04.13 | 20:00
The Queen's consort Bach versus Telemann
FacebookFlickrTwitterYoutubeDelicious
Vlaamse OverheidOost-VlaanderenGentKlaraCobraDe StandaardAVSPort of GhentSystème D
  • Facebook
  • Youtube
  • Twitter
  • Flickr
  • Delicious

BESPREEKBUREAU

Jozef Kluyskensstraat 2,
9000 Gent
T +32 (0)9 269 92 92
E tickets@debijloke.be

OPENINGSUREN

dinsdag t.e.m. vrijdag
van 10:00 tot 12:00
van 13:00 tot 17:00
zaterdag van 13:00 tot 17:00

ALGEMENE INFO

Bijlokekaai 7, 9000 Gent
T +32 (0)9 233 68 78
F +32 (0)9 225 65 82
E info@debijloke.be